|
Noor houdt niet van verhuizen |
|
woensdag 09 mei 2012 19:05 |
Misschien ben ik slecht in afscheid nemen, ben ik een sentimenteel kreng, houd ik van drama of gewoon niet van verhuizen. Hoe het ook zij, dit was een droevige week. Dit was namelijk de week dat mijn ouders verhuisden. En hoewel ze in een prachtig huis gaan wonen, op een prachtige plek en niet eens zo heel ver hier vandaan, was het een week van afscheid nemen zonder de spanning van een nieuw begin. Wel voor mijn ouders natuurlijk, zij gaan terug naar hun roots, krijgen een tof huis en kunnen vanaf nu de ganse dag dialect kallen. Maar mijn ouderlijk huis aan de Kreugelstraat moest daarvoor wel leeg. Het huis en ik waren oude bekenden van elkaar, want hoewel ik er al 15 jaar niet meer woon, kwam ik er al 33 jaar over de vloer en kenden we elkaar in vele gedaantes. Ik had alle slaapkamers voor kortere of langere tijd bewoond en gezien hoe de woonkamer iedere 2 jaar anders werd ingericht. De 3000 boeken verhuisden dan van de ene naar de andere kant. Er kwam een kachel en de convectorput (waar nog steeds kleine Lego-steentjes en Playmobil-attributen in gevonden kunnen worden) verdween. Ik leerde de badkamer kennen als oranje met bruine bloemen en een geel bad en gelegen achter de keuken, later werd hij wit en weer later verhuisde hij eindelijk naar boven. In de tuin was een appelboom, ik speelde met de roze bloesem van de Japanse kers. Er kwam een schommel en een hut, ik leerde fietsen in de tuin. Tussen de meeste deuren had m’n vinger wel een keer gezeten. De granieten naamplaat van het huis lag in stukken nadat ik het uit m’n handen had laten vallen. In de brievenbus ging de poes graag zitten om door de klep op de postbode te jagen. Ik kende het huis toen het nog maar 1 wc had waar er ’s winters je billen vanaf vroren. Ik wist van het hoekje in de trap waar precies een poppetje paste. In de hal was een krijtbord, op iedere plek had ik wel gespeeld of een hut gemaakt. Ik had geslapen in een muurkast. Het portaal boven was ideaal voor een dia-voorstelling. Vanuit de tuin kon je paarden voeren en als je je sleutel was vergeten, kon je door het kelderraam ook naar binnen. In de tuin liggen 3 katten, evenzoveel hamsters, 2 eendjes en waarschijnlijk nog wel wat huisdieren begraven. In een hoek van de tuin drukten mijn vader en ik onze handen in het natte beton om er vervolgens een terras overheen te leggen. Het was 1988 en we hoopten dat onze afdrukken pas 1000 jaar later zouden worden gevonden door onze nazaten. Vanaf nu is het niet meer mijn ouderlijk huis maar dat van iemand anders. |
|
zaterdag 14 april 2012 20:16 |
|
In Praag moest er natuurlijk ook worden gegeten. Nou ken ik de Tsjechische eetgewoonten niet zo goed, maar op straat zag ik vooral bier en worst en een deegwaar met de onuitsprekelijke naam trdlo. Ik vreesde dus het ergste. Gelukkig had onze host ons wat tips gegeven over waar we een fatsoenlijke hap konden eten. De eerste avond aten we op een plek die hij had betiteld als ‘cheap, good meals’. En ja, het moet gezegd: het eten was inderdaad erg goedkoop. En daar smaakte het ook een beetje naar. De tweede avond besloten we dus op safe te spelen en kozen we voor ‘very expensive and chique’. Dat moest wel een fatsoenlijke maaltijd opleveren. Het restaurant waar onze host ons naartoe had gedirigeerd, had meer weg van een soort grot en lag in een zeer schimmig souterrain. Op de muur was de Nachtwacht, of iets dat daarvoor door moest gaan, geschilderd en het geheel werd slechts verlicht door kaars. Op de achtergrond klonk WHAM, Chaka Khan en de rest van de eighties-toppers. Het restaurant was nagenoeg leeg, wat meestal geen goed teken is. Er zat nog een ander stel dat duidelijk op date was en elkaar ofwel zat af te lebberen of elkaar diep in de ogen staarde. Een litertje bier kostte nog geen euro, maar toen we een biertje bestelden, kreeg ik een kleinere versie van de emmer die meneer Ogg voor z’n neus gezet kreeg. De kaart was op z’n zachtst gezegd opmerkelijk. Je kon gefrituurde ganzenlevertjes krijgen als voorgerecht, een hele eend, kreeft, lam of speenvarken voor een paar euro. En natuurlijk goulash. En er was een dessert dat bestond uit gebakken worstjes. Ik bestelde iets en kreeg een onduidelijke homp vlees in zware saus met ongezoete slagroom en bessen. (Overigens vergiste ik me – waarschijnlijk vanwege mijn wat roestige Tsjechisch - op dag 3 en bestelde precies hetzelfde gerecht.) Dat de desserts in dit etablissement werden aangeduid als ‘after the battle’, verbaasde me niets. |
|
Noor en de Praagsche autoriteiten |
|
zaterdag 07 april 2012 19:04 |
|
De mensen die mij kennen, kijken er natuurlijk niet van op: ik ben een heel braaf meisje. Keurig, nooit een grote mond, houdt zich altijd aan de regels, spreek met twee woorden en heeft respect voor het gezag. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat ik nog nooit een bekeuring heb gekregen. Natuurlijk heb ik wel eens naast iemand gezeten die werd geflitst - een hele ervaring overigens - en ook mijn auto is wel eens bekeurd maar dat kwam omdat mijn bloedeigen vader er een stukje mee was gaan rijden en fout had geparkeerd. Ik kon er dus niets aan doen. Hoewel ik wel altijd te hard rijd en niet geloof in het kopen van parkeerkaartjes en regelmatig met mijn OV-chip bij het verkeerde paaltje incheck, is het lot (en de Nederlandse politie) mij altijd gunstig gezind. Tot vanmiddag. Ik was nog geen 24 uur hier - voor de volledigheid: ik ben sinds gisteren in Praag-, of werd al op de bon geslingerd door een beer van een kerel die ik geen weerwoord durfde te geven. Het kwam namelijk zo: meneer Ogg en ik gingen vandaag met de metro. Dat is altijd een beetje zoeken, zeker omdat mijn Tsjechisch niet meer is wat het was. We klooiden wat met de kaartjesautomaat en wisten er uiteindelijk 2 kaartjes aan te onttrekken. Volkomen tevreden met onszelf stapten we in de eerste metro die voorbij kwam. Op het volgende station liepen we prompt tegen de spoorwegpolitie aan die om ons vervoersbewijs vroeg. Tenminste, dat maakten we op uit hun gebaren die het zeer, zeer matige Engels ondersteunden. Braaf stonden we ons kaartje af en vervolgens ook nog ons identiteitsbewijs. Ons kaartje bleek ' invalid' en we kregen een boete die ter plekke moest worden betaald. Ik vond de meneren er behoorlijk officieel uitzien (ze hadden zich namelijk met een sleutelhanger geïdentificeerd) en wilde al betalen, maar meneer Ogg begon te sputteren. Onze Lonely Planet had ons namelijk gewaarschuwd voor oplichters die er officieelig uitzagen. En deze meneren zagen er best officieel uit dus meneer Ogg nam het zekere voor het onzekere en ging moeilijk doen. Ondertussen hield ik m'n handtas stevig vast want behalve hun uniform waren de heren ook best groot en ook niet zo vriendelijk. Meneer Ogg wilde een id zien en een politiepenning met een nummer, en bij voorkeur betalen aan een loket, en ons identiteitsbewijs terug en onze kaartjes ook en desnoods meer naar het politiebureau. En eigenlijk wilden we gewoon een tolk en een politieman die geloofde in onze onschuld en het Nederlandse gedoogbeleid. |
|
|
<< Start < Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 Volgende > Einde >>
|
|
Pagina 1 van 186 |